Synchronisatie in combinatie met een sequencer verschaft je het voordeel dat je op basis van aanduiding van de maat nauwkeurig extra op te nemen partijen kunt inpassen op een bepaalde locatie. Hetzelfde geldt voor het eindigen op een bepaalde locatie.

Een extern opnamesysteem kan in combinatie met de sequencer simpel in Punch in/out mode worden gezet. Uiteraard dienen beide systemen dan wel te beschikken over het MTC-protocol. Als de sequencer in dit geval in opname-mode staat met maat 45.1.0 als locatiepunt voor de Punch in, dan zorgt het synchronisatiesysteem dat de bandrecorder tegelijkertijd ook hetzelfde zal doen. Dezelfde mogelijkheid is dan ook weer beschikbaar voor de Punch out.

Voor een goed resultaat dient de bandrecorder minimaal twee maten van tevoren te beginnen met afspelen zodat de passage die je dient in te spelen de juiste timing kan krijgen. Dit is ook van belang om te controleren of het synchronisatiesysteem daadwerkelijk werkt.

Tegenwoordig beschikken de meeste harddisk-opnamesystemen over MIDI die het MTC-protocol ondersteunen waardoor synchronisatie met een sequencer probleemloos zal verlopen. In een professionele omgeving zal vaker gebruik worden gemaakt van het SMPTE-protocol.

Combinatie timing-protocollen

Als je een opname met een bepaald synchronisatie-systeem hebt verricht dan is het helaas vaak niet zo dat je simpelweg de opname kunt combineren met een opname dat van een ander sync-systeem gebruik maakt. Met name opnamen die voorzien zijn van het FSK-protocol geven veel problemen. Daarentegen geven protocollen als MTC en SMPTE minder vaak problemen.