Wanneer je nog analoge recorders gebuikt en je gaat aan de slag met synchronisatie dan dien je er rekening mee te houden dat voor de sync informatie er een aparte sync spoor gecreƫerd dient te worden. Het nadeel hiervan is dat je een spoor aan synchronisatie informatie kwijt bent.

Wat betreft het opnemen van de sync pulsen kan het niveau het beste ingesteld worden op een waarde tussen -10 en -5 dB. Ook kun je beter alle synchronisatie data in een keer op de band zetten dan in stapjes.

Wanneer de bandrecorder wordt afgespeeld dan zal het sync spoor de data sturen naar de converter die de data op zijn beurt weer doorstuurt naar de sequencer. Het gevolg hiervan is dat de compositie zowel op band als met de sequencer gelijk in pas loopt wat betreft tempo en maatsoort.

Tempo

Wanneer je dit eenmaal geregeld hebt kun je rustig aan de slag met je overdubs. Je dient er wel rekening mee te houden dat als je sync data eenmaal op een sync spoor hebt vastgelegd het tempo niet meer is te veranderen. Dit probleem heb je niet, dus dat het tempo vastligt, als je gebruik maakt van synchronisatie technieken als MTC en SMPTE.

Maak je gebruik van MTC en SMPTE dan kun je zelfs nog transposities uitvoeren of andere klank keuzes maken. Het is zelfs nog ook mogelijk de aanslaggevoeligheid in te stellen.

Ruis onderdrukken

Voor een goed resultaat dient er op je sync spoor geen ruisonderdrukking aanwezig te zijn. Op analoge machines zal dit meestal opgelost kunnen worden door een simpele uitschakeling van de dolby- of dbx-functie.

De ruisonderdrukkingsfunctie zorgt er namelijk voor dat door de compressie er data verlies in het sync signaal kan ontstaan. Het is dus belangrijk mocht je nog overwegen een bandrecorder aan te schaffen dat je dus nakijkt of je daadwerkelijk het ruisonderdrukkingsysteem kunt deactiveren.

Let er ook op dat de synchronisatie code ook niet in het eindsignaal van je mix komt. Als je de mix niet van rare en onaangename klanken wilt voorzien weet je in ieder geval dat er geen tijdscode tussen moet zitten.