Wanneer je gebruik maakt van een digitale recorder dan hoef jij je niet druk te maken omtrent het feit dat je een opnamespoor zult verliezen.

Bij digitale apparaten is de constructie zodanig uitgevoerd dat er al een voorziening voor de tijdscode in digitaal formaat aanwezig is. Soms zijn de digitale recorders bijvoorbeeld al voorzien van een MTC-uitgang. Maar soms kan het ook zo zijn dat er een externe interface nodig is die het dus mogelijk maakt dat de digitale recorder en de sequencer met elkaar kunnen communiceren.

Punch In en Punch Out

Wanneer je zonder synchronisatie werkt dan dien je handmatig het opnamemoment te regelen. In dit geval dien je dan voordat het gedeelte begint waar je een passage wilt bijplaatsen de bandrecorder of sequencer in opnamestand te zetten.

Op het moment dus dat de recorder het gedeelte nadert waar een extra stuk opgenomen dient te worden dan dien je de recorder handmatig in opnamestand te zetten. Dit noemt met ook wel Punch In. De Punch In kan soms ook met een voetschakelaar worden geactiveerd.

Wat in dit geval een nadeel is, is het feit dat, wil je een tevreden resultaat verkrijgen je de recorder meestal een paar seconden voordat jij je partij gaat inspelen al in record-mode dient te plaatsen. Hetzelfde doe je dan ook wanneer je ingespeelde stuk is beƫindigd. De recorder haal je dan pas na een paar seconden uit de opname-modus. Dit heet de Punch Out.

Door gebruik te maken van synchronisatie kun je dus bepaalde locaties binnen je compositie exact instellen op basis van tijdsaanduidingen. Hierdoor heb je als muzikant een exacte controle om het moment van je opname te bepalen en dan wel het in- en uit-opname moment.