Als gitarist dien je uiteraard over voetpedalen te beschikken om je gitaarsound lekker op te krikken. De meest gebruikte voetpedalen zijn chorus, delay en overdrive. Van belang is dat je als gitarist experimenteert met verschillende setups met daarin diverse voetpedalen.

Ook van belang is dat je in een dergelijke setup rekening houd met de volgorde van je opstelling. Doe je dit niet dan kan het geluid niet bruikbaar klinken.

Rack-formaten

Naast de enkele effectpedalen bestaan er ook rack-formaten die op afstand bediend kunnen worden middels een aparte footcontroller. Als gitarist kun je dan je gitaarprocessor vooraf instellen en daarna met de footcontroller diverse effectprogramma’s oproepen tijdens het spelen.

In de studio zal het afhankelijk van een bepaald geluid het zo zijn dat er specifiek een keuze zal worden gemaakt voor een bepaald effectpedaal. Hier heb je namelijk ook de beschikking over de studio-effecten, waar in sommige gevallen toch de voorkeur naartoe uitgaat zoals in het geval van chorus of delay.

Opstelling effecten

Meestal wordt er in de praktijk de volgende volgorde aangehouden als het gaat om een pedaaleffecten opstelling.

Compressor. De compressor zal vaak de eerste kandidaat vormen in je gitaar voetpedalen setup. De compressor wordt ook wel aangeduid met COM en zorgt ervoor dat het geluid strak naar voren komt. Tevens zorgt het ervoor dat het sustain-gehalte ook wordt verstevigd. Een nadeel van de compressor is vaak dat deze ruis in het spel kan brengen.

Overdrive. Na de compressor zal meestal volgen de overdrive of distortion pedaal. De overdrive zorgt ervoor dat een versterker of voorversterker dat overstuurd is, wordt geïmiteerd. Dit effect zorgt ervoor dat er meerdere boventonen aanwezig zijn en tevens doet het ook het geluid vol klinken. De toepassing hiervan komt goed tot zijn recht wanneer je bezig bent met solo of lead partijen of een begeleiding geeft middels flinke akkoorden.

Equalizer. Na de overdrive kan de EQ of equalizer volgen. Met de EQ ben je in staat het geluid verder in te stellen. Hier dien je rekening te houden dat een te uitbundig gebruik van de instellingen alleen maar zal leiden tot vervorming van het geluid wat niet gewenst kan zijn. Een ander nadeel kan zijn dat de bandbreedte niet al te ruim is, dit kan dan wel weer worden gecompenseerd door middel van de speaker van de gitaarversterker dat over een high pass filter beschikt.

Wah-pedaal. Daarna volgt het wah-pedaal. Het wah-effect geeft dat typische sixties sound. Met dit effect heb je grote dynamische beheersbaarheid over je sound.

Delay. De delay is de volgende in de groep en zorgt dat het geluid ruimtelijker klinkt en tevens kan het zorgdragen voor effecten die ritmisch van aard zijn.

Modulation. Modulation komt na delay. Binnen de modulatie effecten kun je diverse effecten onderscheiden. Dit zijn onder andere de phaser, pitch-shifter, flanger en chorus. De bedoeling van deze effecten is dat het geluid een breder karakter krijgt en is vooral goed inzetbaar wanneer er sprake is van een stereo-setup. Een nadeel kan zijn dat het geluid wat minder duidelijk naar voren komt door teveel gebruik en dan met name in het geval je ook gebruik gaat maken van vervorming. Ga dus behoedzaam om met dit effect.

Reverb. Het volgende lid in het geheel is de reverb. De reverb zorgt ervoor dat je sound wordt voorzien van nagalm. Vaak zal de kwaliteit wat te wensen overlaten van de galm. Daarom is het beter te kiezen voor een studio-versie van het effect of wel een effectprocessor in rack-formaat.

Noise gate. Als laatste hebben we dan de noise gate, ook wel afgekort met NS. Dit effect zorgt voor ruisonderdrukking en dat je gitaarsignaal wordt onthouden van geluiden die er niet thuishoren wanneer er stilte heerst. Hier dien je op juiste wijze om te gaan met de instellingen voor release en threshold. Doe je dit niet dan kan het gevolg hiervan zijn dat je gitaarsound plotseling zal worden beëindigd.

Gitaarprocessoren

Gitaarprocessoren worden steeds geavanceerder. Het voordeel van deze apparaten is dat de simulaties van dusdanige aard zijn dat de kwaliteit vergeleken met het origineel soms bijna niet te onderscheiden is. Daarna speelt de prijs ook een rol en ruimte.

Door een gitaarprocessor met een speakersimulator ben je in staat de aanschaf van een gitaarvoorversterker achterwege te laten. Een ander voordeel is dat je tot laat in de nacht kunt doorwerken in je thuisstudio zonder dat anderen er last van hebben.

Een nadeel van een gitaarprocessor kan zijn dat je als gitarist meer gewend bent aan het draaien van je potmeters dan het bedienen van een uitgebreide parametermenu op een kleine display, alhoewel gitaarprocessoren met potmeters die gewoon met de hand zijn in te stellen ook verkrijgbaar zijn.

De gitaarprocessor maakt het je dus mogelijk dat je gebruik kunt maken van virtuele simulaties van versterkers, microfoonplaatsingen en nog veel meer.

De gitaarprocessoren heb je in diverse varianten en mogelijkheden. Zo zijn er versies beschikbaar waar er een digitale effecten processor wordt gekoppeld aan een voorversterker dat voorzien is van buizen. Een zwakke schakel kan soms de oversturing vormen bij de goedkopere modellen waar dan het buizenkarakter bij ontbreekt.

Noise gate

Waar je verder ook op dient te letten in geval je een noise gate gebruikt is, dat deze het geluid niet op irritante wijze afkapt. Kijk of dit middels instellingen te voorkomen is. Een oplossing is dit geheel uit te schakelen indien je bezig met het maken van opnamen.

Als budget geen rol speelt, dan dien je op te passen met de goedkopere modellen, deze zijn vaak zeer beperkt qua instelmogelijkheden. Daar kan je dan pas achter komen als je eenmaal bezig bent met een prachtig stuk die je van een aantal instellingen dient te voorzien maar waar je apparaat dan geen oplossing voor heeft.

Maak je gebruik van pedaaleffecten voor je gitaarsound dan is het handig een bepaalde volgorde aan te houden. Natuurlijk is dit geen wet, maar het helpt je alvast op weg als basis voor experimenteel gitaargeluid.