Opname en mengtafel

Wanneer de situatie zich voordoet dat je daadwerkelijk gaat opnemen dan kun je het volgende proces als leidraad hanteren.

Kwaliteit signaal. Belangrijk is te beginnen met een goed signaal vanaf de bron (bijvoorbeeld een synthesizer of een microfoon). Er dient sprake te zijn van een signaal dat helder en duidelijk klinkt.
VU-meter. Het moment volgt dan dat de VU-meter in de gaten gehouden moet gaan worden. Dit wordt gedaan door de combinatie volumefader en Trim/gain-potmeter te gebruiken. Zet deze combinatie een klein beetje open en houd de reactie van de VU-meter in de gaten.

Volume-fader. De volgende stap is het verder openen van de volumefader richting 0 dB-stand waarbij constant de VU-meter in de gaten gehouden dient te worden. Uiteindelijk dient de volumefader in de 0 dB-stand te rusten. De faders en VU-meters zijn voorzien van schaalverdelingen die lopen van min oneindig tot in het bereik waarin er oversturing in kan plaatsvinden.

Signaal/ruisverhouding. Om effectief van de schaalverdeling gebruik te maken kan het volgende helpen. Voor een perfecte signaal/ruisverhouding van de inkomende signalen bevindt zich de ideale waarden tussen -5 dB, 0 dB en + 5dB. Daarnaast is er meestal een reserve ingebouwd in de vorm van headroom dat een gebied bestrijkt van 5 tot 10 dB.

Stoorelementen. Om een evenwichtig signaal te bereiken, dus zonder het aanwezig zijn van stoorelementen is de waarde van 0 dB het meest ideale. Deze ideale waarde wordt ook wel aangeduid als de Unity Gain of wordt weergegeven als 0 VU. In deze situatie is de hardheid van het uitgestuurde signaal op hetzelfde niveau als dat van het binnenkomende signaal. Daarbij is er in dit geval vaak sprake van een perfecte signaal/ruisverhouding.

Trim/Gain. Ook handig in deze situatie wanneer er gebruik wordt gemaakt van een opnameapparaat is om het signaal af te stemmen middels gebruik te maken van de volumewijzers van het opnameapparaat zelf. In principe is een juiste afstemming van de combinatie Trim/Gain en volume fader in deze situatie de basis voor een goed opnameresultaat.

Afregelen en weergeven

Gebruik maken van een mixer om een mix van diverse geluidsbronnen te maken is niet even het schuiven en draaien van een paar faders respectievelijk potentiometers. Er komt heel wat meer om de hoek kijken om een ideale mix te creëren.

Een mogelijkheid voor een goed mix is het volgende. Begin met de volumefader. Zet deze op stand 0 dB. Gebruik daarna de Trim/Gain-regelaar om het signaalniveau in te stellen. Uiteindelijk dient er een waarde door de VU-meters aangegeven te worden dat gelijk is aan 0 dB. Eventueel kan er in deze situatie ook gebruik worden gemaakt van de PFL-schakelaars.

Dezelfde manier van instellen kan ook worden gebruikt indien er een digitale mengtafel in het spel zit. Belangrijk indien gebruik wordt gemaakt van digitaal medium is dat er eerder sprake is van oversturing dus dient er iets subtieler te werk worden gegaan.

Your ads will be inserted here by

Easy AdSense Pro.

Please go to the plugin admin page to
Paste your ad code OR
Suppress this ad slot OR
Suppress Placement Boxes.

Ook dient bij deze afregeling in de gaten gehouden te worden of er gebruik wordt gemaakt van professionele of semi-professioneel apparatuur.

Indien deze stap is gedaan kun je de signalen eventueel verder onder handen nemen door gebruik te maken van EQ en effecten.

Waar het uiteindelijk in deze situatie om gaat is dat alle gebruikte signaalbronnen in de gewenste verhoudingen duidelijk en helder hoorbaar dienen te zijn in de mix. Het doel dat elk van de geluidsbronnen individueel gezien goed moeten klinken is dus niet het hoofddoel.

Signalen opnamesysteem

Bij elk gebruikt geluidsbron bestaan er marges als het gaat om het uitsturen van het signaal hiervan. In de situatie dat je gebruik maakt van een microfoon en een analoge opnamesysteem kun je de marge als volgt bepalen.

Het signaal op de VU-meter van je opnameapparaat moet een waarde aanwijzen dat zich bevindt tussen de -6dB en +6dB. Op je mengtafel moet het signaal zich bevinden binnen de aangegeven headroom. Indien er aan deze twee vereisten wordt voldaan dan kan je spreken van opname dat zal voldoen aan de gebruikelijke normen binnen de geluidstechniek.

Digitale opnameapparatuur

Bij digitale opnameapparatuur dien je ook goed te letten op de aangegeven waarden. De waarde die de mengtafel aangeeft komt namelijk niet overeen met de waarde die het digitale opnameapparaat weergeeft. Aangezien digitale apparaten veel gevoeliger zijn voor oversturing dien je dit aspect goed in de gaten te houden.

Een oplossing voor deze situatie is te werken met een test-signaal of een sinustoon van 1 kHz. In dit geval wordt er dan een test-signaal gerelateerd aan 0dB via de mengtafel naar het digitale opnameapparaat uitgestuurd. Op het digitale opnameapparaat kan er dan een waarde op de VU-meters worden afgelezen van ongeveer -12 of -15dB.

Middels de aanwezige Gain-instellingen op de mengtafel kun je dan de hardste pieken van het signaal afregelen zodat deze enkele dB’s beneden de standaard grens van 0 dB ligt. Tegelijkertijd kun je ook de uitsturing op de mengtafel aflezen waar de waarden een zodanige verhouding dienen te hebben dat de luidste pieken onder de waarde van +12dB/+15dB dienen te liggen.

In dit soort situaties is het gebruik van een compressor/limiter van onschatbare waarde. In opnamesituaties kan de regel worden gehanteerd om enkele dB’s, denk aan 1 a 2dB onder de 0 dB grens te blijven. Dit voorkomt oversturing.

Wanneer er sprake is van weergave van signalen, dan dien je uiteraard wel de VU-meters van je mengtafel te gebruiken om de juiste waarde mee te geven aan de signalen.

Comments on this entry are closed.